ook niet meer. Dan is er geen oplossing."
Erik begint wat sneller te lopen.
„Denk je dat hij het al gedaan heeft?" vraagt Jonas.
Erik knikt. Ze zijn bij de hoek gekomen,
waar ze
ieder een andere kant uit moeten.
„Kom je nog vanmiddag?" vraagt Jonas.
„Nee," zegt Erik gehaast. „Dat kan niet."
Tijdens
het praten loopt hij vast een stukje verder.
„Hoe heet hij eigenlijk?" roept Jonas hem nog na.
„Wie?"
„Dat neefje."
„O, Jeroentje." roept hij.
„Jeroentje poept in zijn schoentje!" roept
Jonas
terug.